Het kabinet maakt zich zorgen om de toenemende macht van de grote techreuzen. Het wil de dominantie van deze partijen terugbrengen en bepleit een Europese aanpak. Willen we afhankelijkheid van de grote platforms echt voorkomen, dan zullen we niet alleen moeten nadenken over hun marktpositie, maar ook over hoe we de controle houden over onze eigen data. Een nieuwe ‘soft’ infrastructuur biedt uitkomst.

In ons boek ‘Alles Transactie’ leggen we uit dat we op de drempel van een volgende fase van het internet staan. In het transactionele internet is data het nieuwe goud. Het verzamelen van data is een serieuze business geworden waarmee nieuwe diensten en producten worden ontwikkeld. Echter, de keerzijde hiervan is dat er ongewenste en onzichtbare beïnvloeding van grote groepen mensen plaatsvindt en zich diverse privacy issues voordoen. Willen we profiteren van de voordelen van het transactionele internet zonder overgeleverd te worden aan de dictatuur van techreuzen, dan zullen we de controle over onze eigen data beter moeten regelen.

‘Soft’ infrastructuur regelt de controle over data

In plaats van dat we massaal data overbrengen naar de grote platforms, houden we data bij de bron. Het is technisch mogelijk om data fysiek bij de eigenaar van de data te houden. Met een set uniforme afspraken en standaarden – een ‘soft’ infrastructuur’ - geven we gebruikers de controle over hun data.

Deze uniforme afspraken en standaarden maken dat data-eigenaren met behulp van hun eigen datadeelsleutelkastje zelf kunnen beslissen aan wie ze hun data verstrekken en onder welke condities. Hij heeft een dashboard binnen de ‘mijn’-omgeving van zijn datadeelsleutelkastje waarin hij digitale sleutels toekent met behulp van bijvoorbeeld aan / uit schuifjes of buttons voor het verlenen van specifieke toestemming. Ook kan hij reageren met ‘ja/nee’ op datadeelverzoek binnen deze omgeving of via email, WhatsApp, SMS en social media.

Een datadeelverzoek kan komen van verschillende partijen. Bijvoorbeeld, het ziekenhuis vraagt om huisartsgegevens. Of een telecombedrijf wil een laatst gebruikt en door de bank geverifieerd adres zien wanneer een gebruiker zich aanmeldt voor een nieuw abonnement. Of een adverteerder wil in ruil voor data over zijn vakantieplannen of schoenenvoorkeur de gebruiker belonen. De gebruiker is volledig in control en kan alles volgen en managen in zijn datasleutelkastje. In plaats van data te versturen kan de gebruiker bepalen wie zich mag ‘abonneren’ op zijn data. De datadeel keten is nu omgedraaid en daarmee is ook de machtsbalans hersteld.

Om te voorkomen dat een gebruiker bij iedere organisatie een apart sleutelkastje krijgt (fragmentatie), zullen datasleutelkastjes interoperabel moeten zijn en met elkaar kunnen communiceren. Een netwerk van datasleutelkastjes zorgt ervoor dat de sleutels van verschillende organisaties binnen één sleutelkastje worden gehouden. Gebruikers kiezen dan zelf bij welke aanbieder ze hun sleutelkastje(s) willen hebben.

Het is van belang dat leiders in de private en publieke sector de handen ineenslaan om gezamenlijk deze ‘soft’ infrastructuur te ontwikkelen. Want alleen als we data bij de bron houden en de data-eigenaar empoweren maken we ons minder afhankelijk van de grote techreuzen, en nemen we onze digitale toekomst meer in eigen hand.